Sakervalk en Noordse boszanger - twee nieuwe vogelsoorten voor het Zwin!
Wat hebben een grote bruine valk uit de Euraziatische steppengordel en een kleine mosgroene zangvogel uit de Siberische taiga met elkaar gemeen? Niet veel, maar op het einde van de zomer doken in het Zwin op enkele weken tijd zowel een sakervalk als een Noordse boszanger op. Beide vogelsoorten waren nooit eerder in het Zwin vastgesteld.
Sakervalk
De sakervalk was eerst op bezoek. Van 26 augustus tot en met 30 augustus was een jong vrouwtje aanwezig in het Zwin in de omliggende polders. Zoals het grote roofvogels betaamt had de vogel een grote actieradius en de valk liet zich niet altijd even gemakkelijk vinden. Sakervalk is één van de grootste valkensoorten ter wereld, nog een maatje forser dan de hier regelmatig voorkomende slechtvalk.
De soort is geassocieerd met zeer open gebieden en is vooral gebonden aan de steppenzone die zich uitstrekt van Centraal-Europa tot Noord-China en Mongolië. De Europese populatie is de voorbije eeuw dramatisch afgenomen door habitatverlies, maar ook door vervolging waar alle roofvogelsoorten het slachtoffer van zijn geweest. In het geval van Sakervalk kwam daar ook nog bij dat de soort zo gegeerd is voor valkerij dat ze op grote schaal is weggevangen uit de natuur.
Gelukkig doet de soort het recent wat beter in Centraal-Europa, dankzij gerichte beschermingsmaatregelen. Wanneer ze onafhankelijk worden van hun ouders na het broedseizoen gaan jonge Sakervalken rondzwerven in alle richtingen. Dat fenomeen heet ‘dispersie’: rondzwerven op zoek naar een geschikt gebied met genoeg voedsel vooraleer later in het najaar de ‘echte’ trek begint. De jonge Sakervalk die in augustus in het Zwin terecht kwam was ongetwijfeld op dispersie. De vogel was enkele dagen eerder al in de Uitkerkse Polder waargenomen. Sakervalk werd nooit eerder met zekerheid in het wild vastgesteld in België. Er waren in het verleden al meldingen, maar toen kon nooit helemaal worden uitgesloten dat het geen ontsnapte valkeniersvogels waren. Deze vogel heeft wel goede papieren om een echte, wilde Sakervalk te zijn geweest, en dat zou dan het eerste geval voor ons land betekenen!
Noordse boszanger
Op 14 september trokken de ringers op het vogelringstation in het Zwin Natuur Park grote ogen toen ze een ongewoon uitziende zangvogel in de netten aantroffen. De vogel van Tjiftjaf-formaat bleek een Noordse boszanger te zijn. Die soort was nog nooit eerder in het Zwin vastgesteld. Ook op Belgisch niveau is deze soort een echte zeldzaamheid: de Zwin-vogel was pas het 10de geval ooit én het vorige geval dateerde al van 2015!
Noordse Boszangers broeden in de noordelijke taiga, van het uiterste noorden van Noorwegen en Finland oostwaarts over heel noordelijk Azië en zelfs tot in Alaska. Zoals veel vogels uit de boreale taiga zijn het lange afstandstrekkers die de winter ver naar het zuiden doorbrengen. In het geval van de Noordse Boszanger ligt het wintergebied in Zuidoost-Azië. Het exemplaar dat in Zwin Natuur Park werd geringd was dus vele duizenden kilometers uit koers. Een ‘dwaalgast’, zoals dat heet. Dergelijke dwaalgasten zijn een bijzonder natuurfenomeen. Behalve dat ze sommige vogelkijkers aantrekken die de bewuste zeldzaamheid graag aan hun persoonlijke lijstje willen toevoegen, komen ze ook zelden maar regelmatig voor. In principe is een trekvogel genetisch voorgeprogrammeerd om de trekroute af te leggen die honderden of duizenden generaties voorouders voor hem hebben gedaan, maar heel af en toe zijn er exemplaren met een genetisch foutje dat hen de andere kant op stuurt. In het merendeel van de gevallen loopt het niet goed af want zo’n dwaalgast komt terecht op plaatsen waar hij niet kan overleven. Heel, heel af en toe lukt het echter wel om te overleven en zo kunnen nieuwe trekroutes en leefgebieden ontstaan. Dat is één van de vele fenomenen die we kunnen onderzoeken dankzij onderzoek met geringde vogels.