Het Zwin als hotspot voor nachtvlinders
Met zo’n grote oppervlakte aan natuur en diverse habitats is het geen wonder dat het Zwin een hotspot is voor biodiversiteit.
Met zo’n grote oppervlakte aan natuur en diverse habitats is het geen wonder dat het Zwin een hotspot is voor biodiversiteit. Eén van de meest in het oog springende soortgroepen op dat vlak zijn de nachtvlinders. ‘Motten’, in de volksmond, maar nachtvlinders klinkt wat beter, niet?
Niet in het minst dankzij gericht onderzoek in het Zwin Natuur Park werden in 2026 totnutoe al ruim 300 soorten nachtvlinders genoteerd in het Zwin. Daar waren meerdere nieuwe soorten bij voor gebied: citroenbladroller, tapijtmot, andoornkokermot, teunisbloempijlstaart en lichtgrijze uil. Daarnaast waren er nog een reeks andere bijzondere soorten, waaronder zustermot, V-baardsnuitmot, veldgrasuil, gele kustspanner, sierlijke voorjaarsuil en zwartvlekboegsprietmot. Van die laatste soort, met melkkruid als waardplant, herbergt het Zwin de enige populatie van België.
De totale lijst van nachtvlindersoorten die al in het gebied zijn vastgesteld nadert de 950 soorten!